Denkstimulerende begeleiding is gebaseerd op de principes van Mediërend Leren. Dit concept baseert zich onder meer op de theorieën van Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid en de Gemedieerde Leerervaring van Prof. Dr. R. Feuerstein, op het MISC-concept van Prof. Dr. P. Klein en op de omgekeerde piramide met cognitieve functies van Emiel van Doorn. Zie voor een verdere inhoudelijke toelichting: www.stibco.nl.

 

Doelen

Het doel van de denkstimulerende begeleiding is het kind / de jongvolwassene zich (efficiënte) denkvaardigheden eigen te leren maken, zodat h(z)ij op korte en lange termijn zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan de maatschappij. Het kind / de jongvolwassene ontwikkelt denkvaardigheden, emotionele, affectieve en sociale vaardigheden. De begeleiding kan zich zowel op de cognitieve als op de sociale, affectieve en / of emotionele ontwikkeling richten.

Het kind / de jongvolwassene wordt begeleid aan de hand van (een aantal) begeleidingsdoelen. Deze begeleidingsdoelen zijn gebaseerd op de (deficiënte) cognitieve functies. Gedurende de begeleiding staat steeds 1 cognitieve functie centraal.

 

Ouders

Ouders / verzorgers spelen een belangrijke en noodzakelijke rol bij de begeleiding van het kind / de jongvolwassene. Dit uitgangspunt betekent:

  • dat altijd één van beide ouders / verzorgers aanwezig is tijdens de begeleidingssessies.
  • dat ervan wordt uitgegaan dat de ouders / verzorgers zich verdiepen in het concept Mediërend Leren cq. deelnemen aan één van de trainingen, zoals bijvoorbeeld Denkstimulering Thuis.
  • dat de ouders / verzorgers aan de hand van meegegeven handvatten en adviezen tussen de sessies door hun kind intensief blijven stimuleren en uitdagen t.b.v. de ontwikkeling van hun kind. 

 

Werkwijze

DeSti biedt denkstimulerende begeleiding aan kinderen en jongvolwassenen met een (ontwikkelings-)leeftijd vanaf een jaar. Bij de begeleiding wordt gebruik gemaakt van:

  • Spelmateriaal
  • Materiaal ontwikkeld door StiBCO / Cedeso / DeSti
  • DA-materiaal van Prof. dr. Tzuriel.  
  • I.V.P. – materiaal van ICELP (Prof Dr. R. Feuerstein). I.V.P. staat voor Instrumenteel VerrijkingsProgramma. Dit programma bestaat uit 14 instrumenten die als (re)medieringsmateriaal kunnen worden ingezet.

 

Uitvoering en beschikbaarheid

In overleg wordt afgesproken hoe vaak het kind / de jongvolwassene begeleid wordt. In principe wordt er uitgegaan van wekelijkse begeleiding. Na elke tien bijeenkomsten vindt een evaluatiegesprek plaats en wordt het begeleidingsplan bijgesteld / herzien. 

Beschikbare dagen: woensdag / in overleg

 

Privacy en veiligheid

Bij aanvang van/akkoord tot denkstimulerende begeleiding wordt een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle betrokkenen. Na elke tien begeleidingssessies wordt de samenwerkingsovereenkomst opnieuw besproken en ondertekend door alle betrokkenen. 

U kunt de privacyverklaring, de verwerking persoonsgegevens, leveringsvoorwaarden en klachtenregeling van DeSti opvragen door een mail te sturen aan: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

Dynamisch assessment is een manier om de veranderbaarheid en daarmee de leermogelijkheden van een kind / jongvolwassene inzichtelijk te maken. Het streven is een beeld te krijgen van de manier van denken van het kind / de jongvolwassene en daarmee samenhangend het opsporen van eventuele problemen in het denkproces. Dit beeld wordt verkregen door aansluiting te zoeken bij de Zone van de Naaste Ontwikkeling van het kind / de jongvolwassene. Deze aansluiting vormt een belangrijke slaagfactor om samen met het kind / de jongvolwassene succesvolle stappen te zetten in zijn/haar ontwikkeltraject. Samen met het kind / de jongvolwassene wordt gezocht naar de ontwikkelingsmogelijkheden, ervan uitgaande dat elk kind/ elke jongvolwassene hoe dan ook leerbaar / ontwikkelbaar is.

Nb.: Het gaat er bij een dynamisch assessment nadrukkelijk niet om een uitspraak te doen over het IQ en / of schoolkeuze. L.P.A.D. en DA. zijn weliswaar diagnostische instrumenten, maar vooral educatieve en begeleidingsinstrumenten. Een L.P.A.D. / DA. kan beschouwd worden als kortdurende begeleiding, die doorgaans de start vormt van een langer durend begeleidingstraject.

Doelen
Tijdens een leerpotentieelonderzoek wordt een analyse gemaakt van de:

  • Zone van de Naaste Ontwikkeling van het kind / de jongvolwassene,
  • mediërende interactiestijl die het beste aansluit bij het kind / de jongvolwassene en zijn / haar manier van ontwikkelen / leren,
  • cognitieve en deficiënte cognitieve functies van het kind / de jongvolwassene.

Op basis van de uitkomsten wordt / worden:

  • het leerpotentieel van het kind / de jongvolwassene bepaald,
  • de begeleidingsdoelen van het kind / de jongvolwassene vastgesteld,
  • handelingssuggesties t.b.v. de begeleiding van het kind / de jongvolwassene geformuleerd (handelingsplan / ontwikkelperspectief)


Ouders
Ouders / verzorgers spelen een belangrijke en noodzakelijke rol bij een leerpotentieelonderzoek. Dit uitgangspunt betekent:

  • dat altijd één van beide ouders / verzorgers aanwezig is tijdens de sessies,
  • dat ervan wordt uitgegaan dat de ouders / verzorgers zich verdiepen in het concept Mediërend Leren cq. deelnemen aan één van de trainingen, zoals bijvoorbeeld Denkstimulering Thuis, georganiseerd door StiBCO,
  • dat de ouders / verzorgers aan de hand van meegegeven handvatten en adviezen tussen de sessies door hun kind / jongvolwassene intensief blijven stimuleren en uitdagen t.b.v. hun ontwikkeling.


Werkwijze
DeSti voert leerpotentieelonderzoeken uit m.b.v. de L.P.A.D. van Prof. Dr. Feuerstein en DA. van Prof. Dr. Tzuriel. Beide zijn gebaseerd op de principes van dynamisch assessment van Prof. Dr. R. Feuerstein.
Hoewel op deze website het L.P.A.D. en het DA. apart van elkaar beschreven staan, is het in de praktijk met regelmaat zo dat er een combinatie tussen deze onderdelen wordt gemaakt. Dit kan onder meer betekenen dat materialen behorend bij het L.P.A.D. gecombineerd worden met DA-materialen, spelmateriaal en overig door StiBCO / Cedeso / DeSti ontwikkeld materiaal.

L.P.A.D.
Het L.P.A.D. – onderzoek is geschikt voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd vanaf zeven / acht jaar.
Bij het leerpotentieel onderzoek (L.P.A.D.) wordt gebruik gemaakt van het L.P.A.D.- materiaal van ICELP (Prof. dr. R. Feuerstein). Dit materiaal bestaat uit meerdere instrumenten:

  1. Planning en organisatie: Organisatie van Stippen, Complexe figuur van Rey
  2. Abstract denken: Raven s Progressive Matrices Coloured en Standard, Set Variations I en II, Set Variations B8 t/m B 12
  3. Geheugen: 16 word memory test, Associative Recall, Plateaux, Postional Learning
  4. High level: Cijferreeksen, Organizer, RSDT
  5. Overig: Lahi

DA.
Het DA-materiaal van Prof. Dr. D. Tzuriël is geschikt voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd vanaf vier / vijf jaar.
Bij het DA wordt gebruik gemaakt van de DA-materialen van Prof. dr. D. Tzuriël. Dit materiaal bestaat uit 7 instrumenten, waarbij sommige instrumenten, bestaan uit meerdere onderdelen:

  1. CATM
  2. CMB
  3. CITM
  4. CCPAM
  5. CSTAM
  6. Seria Think instrument
  7. WMR-DA


Uitvoering en beschikbaarheid
Een leerpotentieelonderzoek wordt vooraf gegaan door een intakegesprek. De kortdurende begeleiding vindt plaats gedurende minimaal drie dagdelen. Elke sessie duurt minimaal 2 en maximaal 4 uur. Afsluitend volgt een evaluatiegesprek, waarin het begeleidingsplan wordt besproken.
Beschikbare dagen: Woensdagen / in overleg

Privacy en veiligheid
Bij aanvang van/akkoord tot een leerpotentieelonderzoek wordt een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle betrokkenen.
U kunt de privacyverklaring, de verwerking persoonsgegevens, leveringsvoorwaarden en klachtenregeling van DeSti opvragen door een mail te sturen aan: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it..

 

Sinds december 2013 ben ik verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en in september 2014 ben ik gestart met een onderzoek. Ik word begeleid door prof. dr. Paul van Geert en dr. Henderien Steenbeek. Middels de studie wordt beoogd meer zicht te krijgen op de wijze waarop sociale professionals de ontwikkeling van hun cliënten pogen te stimuleren aan de hand van de actief, modificerende benadering en levensloopbegeleiding, door inzicht te krijgen in en door het duiden van hun werkwereld. Ik richt me hierbij op ambulante sociale professionals die binnen het vrijwillig kader in aanraking komen met cliënten met een afstand tot de reguliere samenleving, die een (veronderstelde) ontwikkelvraag/ondersteuningsbehoefte hebben die tot uiting komt op meerdere levensterreinen, maar niet medisch/fysiek van aard is. De 'werkwereld' van deze sociale professionals omvat het geheel van dingen waarmee ze tijdens hun beroepsuitoefening te maken hebben, in het bijzonder die elementen waarin ze in interactie met hun cliënten de ontwikkeling van de cliënten beogen te stimuleren. Het gaat om concrete handelingen, opgedane ervaringen, gebruiken & routines, interacties met anderen, inschattingen van verschillende situaties en achterliggende normen, waarden, ideeën, perspectieven en gevoelens. Deze omschrijving van de term 'werkwereld' is een afgeleide van het begrip 'leefwereld' zoals gedefinieerd door Keinemans (2010). De dataverzameling vindt plaats bij zorginstelling Eduzon te Wolvega. De analyse zal o.a. plaatsvinden met behulp van de Dynamische Systeem Theorie. 

 

Van maart 2009 tot en met september 2011 was ik als onderzoeker verbonden aan het Lectoraat Spel van de Hogeschool Utrecht, met als onderzoeksthema: 'Spel en Leervermogen'. Ik werkte hierbij samen met de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Ontwikkelingspsychologie. Mijn onderzoeksresultaten heb ik beschreven in een aantal publicaties en gepresenteerd op diverse internationale wetenschappelijke congressen.

 

Van 2002 - 2005 werkte ik voor het onderzoeksbureau STAB. Dit bureau voerde exemplarisch handelingsonderzoeken uit. Ik was onder meer betrokken bij het onderzoek 'Ontwikkeling in beeld'. Tijdens dit meerjarige project is een kwaliteitssysteem voor 'Trajecten op maat' in de beroepspraktijkvorming ontwikkeld. Dit in opdracht van de OVDB en Stag Rijnstreek. De hieruit voortgekomen publicaties vindt u op de publicatiepagina van deze website. 

 

Symposia en papers

Van Loo, F. & Van Doorn, E. (2015). Psychology Positive. Dynamic interaction patterns between an educational professioanl and a child. Interaction patterns leading to learning- and developmental gains. Presentatie over mijn promotie-onderzoek bij de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van Stichting Mark & Centre Balou bij de universiteit van Lumbumbashi, Congo, Lumbumbashi, February 23, 2015. 

Van Loo, F. & Van der Aalsvoort, G.M. (2011). Meaningful interaction patterns during the training phase of a learning potential test. Paper presented at the International Conference of the IACEP, Conference Theme Educate the Mind: Mind the Education, Boston, July 10-14, 2011

Van Loo, F. & Van der Aalsvoort, G.M. (2010). Interaction patterns leading to learning gains: How to measure and how to interpret? Paper presented at the Biennial Meeting of EARLI SIG 15 Special Educational Needs, Conference Theme Learning, Teaching and Diversity, Frankfurt am Main, September 6-7, 2010

Van Loo, F. & Van der Aalsvoort, G.M. (2010). Are effective dynamic interaction patterns related to learning gains? Paper presented at the EARLI SIG 10 (Social interaction in learning and instruction) & SIG 21 (Learning and Teaching in Culturally Diverse Settings), Conference theme Moving through cultures of learning, Utrecht, September 2-3, 2010

Van Loo, F. & Van der Aalsvoort, G. M. (2009). The relationship between type of trainer and learning gain in the subtest Classification of the Application of Cognitive Functions Scales. Paper presented at the 12th International Conference of the IACEP, Osnabruck, July 20-23, 2009

Zie ook publicaties  

DeSti verzorgt trainingen, lezingen en studiedagen m.b.t. Mediërend Leren voor zowel professionals als ouders / verzorgers. Dit gebeurt meestal in samenwerking met StiBCO. Voor meer informatie wordt u verwezen naar: www.stibco.nl.

 

StiBCO

Ik ben opleider/docent/trainer bij StiBCO. Ik ben met name betrokken bij de opleiding tot docent Mediërend Leren, de MISC training, de terugkomdagen Dynamic Assessment, en de training Spel(en).

 

Andere opdrachtgevers

  • JeEigenKeus(JEK)
  • SBO de Balans en CBS Fontein
  • VIM
  • RK Basisschool Theresia (SKPO, Eindhoven)
  • Hogeschool Utrecht, Faculteit Gezondheidszorg
  • Seminarium voor Orthopedagogiek
  • ROC MN, Opleiding Onderwijsassistent 

 

Internationale trainingen en lezingen

  • Stichting Mark & Centre Balou (Lumbumbashi, Congo) (vrijwilligerswerk)
  • Lotus Medical Clinic (Dar es Salaam, Tanzania) (vrijwilligerswerk)
  • Stichting Onbenutte Kwaliteiten & House of Guardian Angels (Katawice, Polen) (vrijwilligerswerk)

Mijn activiteiten als projectleider, projectuitvoerder en procesbegeleider richten zich inhoudelijk op de terrein van onderwijs, jeugdhulp, (gezondheids-)zorg, welzijn en arbeid(-stoeleiding). Ik heb werkervaring binnen zowel de commerciële als de niet commerciële onderzoeks- en advieswereld. Centrale thema's zijn de samenwerkingsrelaties tussen onderwijs (PO, VO en MBO) en Jeugdhulp, o.a. tegen de achtergrond van de Wet op Passend Onderwijs en de Transitie Jeugdhulp;
interactie(-patronen) tussen begeleiders en jeugdigen/cliënten gedurende ontwikkelsituaties; en arbeidsmarktvraagstukken in combinatie met daaruit voortvloeiende opleidingsbehoeften. 
  
 
Projecten en werkzaamheden
 
Heden: Ik voer opdrachten uit in opdracht van diverse individuele Voortgezet Onderwijs-scholen. Het betreft het maken van analyses van de ondersteuningsstructuren Passend Onderwijs van diverse scholen (audit/'zorgscan'/nulmeting). Ook betreft het coachings- en adviestrajecten met als doel het opbouwen, versterken en/of verbeteren van de ondersteuningsstructuren (zowel beleidsmatig, organisatorisch als op uitvoerend/operationeel niveau). 
 
 
Heden: Sinds het najaar van 2017 voer ik een aantal opdrachten uit voor het HCO Pedalogisch Instituut te Den Haag. Het betreft opdrachten binnen het primair onderwijs (PO) en binnen het voortgezet onderwijs (VO). Binnen het PO betreft het een opdracht m.b.t. handelingsgericht werken. Binnen het VO gaat het om coachingsopdrachten en adviestrajecten met als doel het versterken van de ondersteuningsstructuren van de betreffende scholen. 
 
 
Vanaf oktober 2016 tot en met juli 2018 was ik als procesbegeleider betrokken bij de pilot 'extra ondersteuning' van het Samenwerkingsverband Zuid Holland West. Deze pilot streeft onder meer na de kwaliteit van de ondersteuning aan leerlingen met ondersteuningsbehoeften op het gebied van het onderwijs verder te verhogen en het onderwijsaanbod zo dekkend mogelijk te maken. 
 
 
Van januari 2015 tot en met december 2016 was ik, in opdracht van het HCO Pedalogisch Instituut te Den Haag, als projectleider betrokken bij het project 'Op elkaar aansluitende onderwijs- en jeugdhulptrajecten voor jongeren in het Voortgezet Onderwijs (VO)'. Dit project is gestart op verzoek van het Samenwerkingsverband Zuid Holland West en de gemeente Den Haag. Binnen het project stond de doorontwikkeling van bestaande aansluitingsprocedures en samenwerkingsprincipes tussen onderwijs en jeugdhulp centraal. Dit om het aanbod aan jongeren met ondersteuningsbehoeften zo dekkend mogelijk te maken. Er is gezocht naar een werkwijze waarmee een flexibel vangnet kan worden gecreëerd voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar met complexe domein overstijgende vragen die ingeschreven staan op een (Speciaal) Voortgezet Onderwijsschool. Een flexibel vangnet waarbij de inzet van onderwijs en jeugdhulp complementair is.
In het voorjaar van 2017 is, in opdracht van het Samenwerkingsverband Zuid Holland West en samen met een collega van het HCO, op 1 VO-school nog een project uitgevoerd, dat raakvlakken had met het project 'Op elkaar aansluitende onderwijs- en jeugdhulptrajecten voor jongeren in het Voortgezet Onderwijs'. 
 
  
Van september/oktober 2014 tot en met juni 2016 ben ik als procesbegeleider betrokken geweest bij het project 'Versterking SMW & CJG Mariahoeve in het kader van de Aanpak (Sociale) Veiligheid Mariahoeve'. In deze periode kregen vier basisscholen in de wijk Mariahoeve van Den Haag extra uren zorg. Deze uren werden ingevuld door de schoolmaatschappelijk werkers (SMW) en de intern begeleiders die aan deze scholen verbonden zijn. De extra uren zijn ingezet om de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdhulp, in het bijzonder het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Haagse Hout, door te ontwikkelen en te intensiveren. Het doel was problemen vroegtijdig de signaleren, snel adequaat te handelen en afstemmings- en aansluitingsproblemen te verminderen. Mijn opdracht binnen dit project was om via procesbegeleiding de samenhang te borgen tussen de uitvoering van dit project en het Kader Versterking SMW & CJG Jeugteam Mariahoeve; de geleerde lessen uit het Voorlopersproject over te brengen aan en te borgen bij de betrokken scholen; periodieke inbreng te leveren aan het stadsdeel en het onderwijsbeleid t.b.v. de doorontwikkeling van de relatie CJG-Onderwijs op basis van de opgedane bevindingen; en om de samenhang tussen de uitvoering van dit project en de ontwikkelingen rond SMW en CJG stadsbreed te borgen (voor zover mogelijk). 
 
 
Van september 2012 tot en met juli 2014 was ik als projectleider verbonden aan het Voorlopersproject bij de samenwerkende gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. In dit project ging het om het doorontwikkelen, op basis van het ontvlechtingsprincipe, van de samenwerking tussen onderwijs (PO, VO en MBO) en jeugdhulp / zorg voor de jeugd. Dit met het oog op de invoering van de wet Passend Onderwijs en de transitie Jeugdhulp. Het doel was problemen eerder te signaleren, sneller adequaat te handelen en de professionele drukte in en om de school te verminderen, waardoor afstemmings- en aansluitingsproblemen verminderen. Mede n.a.v. de resultaten van dit project wordt vanaf het schooljaar 2015-2016 in de regio Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gestart met het verbinden van een schakelfunctionaris onderwijs - jeugdhulp (SMW+) aan elke PO- en VO-school. 
 
 
In 2012, 2013 en 2014 heb ik, in opdracht van het Samenwerkingsverband Zuid Holland West, het project Versterking Zorgstructuur uitgevoerd. De eerste fase van dit project bestond uit het maken van een zorgscan. VO-scholen moeten in het kader van de wet Passend Onderwijs hun zorgprofiel beschrijven. Doel van de zorgscan was om een breedteanalyse te maken van de daadwerkelijke situatie in de scholen met het oog op het onderwijs aan en de zorg voor (zorg-)leerlingen en deze te vergelijken met de inhoud van het zorgprofiel. In 2012 is van zes VO-scholen een zorgscan gemaakt, in 2013 van vijf VO-scholen en in 2014 van vier VO-scholen. Naar aanleiding van de uitkomsten van de zorgscans werden tijdens de tweede fase van het project ontwikkelplannen opgesteld en uitgevoerd. Ik heb de scholen ondersteund bij het omzetten van de resultaten van de zorgscans in ontwikkeldoelen en het ten uitvoer brengen van deze ontwikkeldoelen. Tevens hebben de scholen elk jaar hun 'product' tijdens een conferentie aan alle aan het samenwerkingsverband verbonden scholen gepresenteerd. 
 
 
Van september 2011 tot en met januari 2012 was ik, in opdracht van Care2Care, projectleider van het project Leren en Werken in de Zorg. Doel van dit project was inventariseren hoe HRM-managers, hoofden opleidingen en lijnmanagers van zorg- en welzijnsinstellingen aankijken tegen hun eigen personeelsbestand en wat er volgens hen nodig zal zijn om het zorgpersoneel toe te rusten voor de toekomst. Ook is er overlegd met ROC's, HBO's en VMBO-scholen. Kortom: Strategisch HRM-beleid én opleidingsbeleid c.q. opleidingsbehoefte.
 
 
Tussen 2005 en 2009 heb ik gewerkt voor het Minkema College, een VO-school. Ik heb een regionale onderwijsvoorziening (Rebound en Op de Rails) voor pubers met gedragsproblemen ontwikkeld, geïmplementeerd en gecoördineerd. Ik was hierbij ook zelf actief op de werkvloer.

Contact

Telefoon: 0172 - 652130
E-mail:  fvanloo@desti.nl